Thema van de maand: Jaarrekeningen opstellen, vaststellen en deponeren.

Aansprakelijkheid bij het niet naleven van de voorschriften jaarverslaggeving

Het niet naleven van de voorschriften jaarverslaggeving kan aansprakelijkheid tot gevolg hebben. De aansprakelijkheid is onder te verdelen in aansprakelijkheid voor onbehoorlijk bestuur, faillissement, een misleidende jaarrekening en onrechtmatige daad. In dit artikel behandelen we deze verschillende vormen van aansprakelijkheid bij het niet naleven van de voorschriften jaarverslaggeving.

Aansprakelijkheid voor onbehoorlijk bestuur

Elke bestuurder is tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak  (artikel 2:9 BW). Onbehoorlijk bestuur laat zich echter maar moeilijk definiëren. Het gaat om een situatie waarin geen redelijk denkend bestuurder onze dezelfde omstandigheden op de manier zou handelen zoals de bestuurder heeft gedaan. Handelen kan in dit geval zowel een doen als een nalaten impliceren.

Elke bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.

Voorbeeld: Maakt het bestuur geen correcte jaarrekening op, dan kan dit aansprakelijkheid voor onbehoorlijk bestuur opleveren.

Aansprakelijkheid voor faillissement

Bestuurders en commissarissen kunnen verantwoordelijk worden gesteld voor het tekort in een faillissement.

Hiervoor gelden de volgende algemene regels:

  • In een periode van drie jaar voorafgaand aan het faillissement is sprake gewest van kennelijk onbehoorlijk bestuur
  • Het kennelijk onbehoorlijk bestuur is naar waarschijnlijkheid een belangrijke oorzaak van het faillissement.

Voor commissarissen geldt als aanvullende eis dat er sprake dient te zijn van onvoldoende toezicht.

De bewijslast voor kennelijk onbehoorlijk bestuur ligt bij de curator. Het niet gevoerd hebben van degelijke administratie en deze bewaard hebben of het niet deponeren van de jaarrekening resulteert in een wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:10 BW jo. Jurisprudentie)

Is het kennelijk onbehoorlijk bestuur niet aan een individuele bestuurder te wijten en is de bestuurder niet nalatig geweest in het treffen van maatregelen om erger te voorkomen, dan kan deze bestuurder op grond van 2:248 BW disculperen voor de collectief op het bestuur rustende verantwoordelijkheid.

Aansprakelijkheid voor een misleidende jaarrekening

Indien de bestuurders door middel van de jaarrekening, tussentijdse cijfers en het bestuursverslag een misleidende voorstelling geeft van de toestand van de vennootschap, kunnen de bestuurders tegenover derden hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade die ze dientengevolge hebben geleden.

Aansprakelijkheid onrechtmatige daad

Het opmaken van een jaarrekening die in strijd is met wettelijke bepalingen, kan ook een onrechtmatig daad van bestuurders opleveren (artikel 6:162 BW).

Artikel 2:9 BW

  1. Elke bestuurder is tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toebedeeld.
  2. Elke bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.

Artikel 2:248 BW (samenvatting)

  1. In geval van faillissement van de vennootschap is iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
  2. Indien het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit de artikelen 10 of 394, heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hetzelfde geldt indien de vennootschap volledig aansprakelijk vennoot is van een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap en niet voldaan is aan de verplichtingen uit artikel 15i van Boek 3. Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen.
  3. Niet aansprakelijk is de bestuurder die bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

Artikel 2:249 BW

Indien door de jaarrekening, door tussentijdse cijfers of door het bestuursverslag voor zover deze bekend zijn gemaakt, een misleidende voorstelling wordt gegeven van de toestand der vennootschap, zijn de bestuurders tegenover derden hoofdelijk aansprakelijk voor de schade, door dezen dientengevolge geleden. De bestuurder die bewijst dat dit aan hem niet te wijten is, is niet aansprakelijk.